Mijn leven met chronische pijn

Wanneer mensen hier de reeks “mindful omgaan met chronische pijn” komen volgen, vragen ze me vaak welke aandoening ik zelf heb. Hieronder geef ik wat uitleg over de aandoeningen die bij mij voor chronische pijn zorgen.

In 2005 kreeg ik een blaasontsteking die niet over was na twee antibioticakuren. Na heel wat doktersbezoeken, kwam ik uiteindelijk bij een uroloog in Antwerpen terecht die me na een cystoscopie de diagnose “interstitiële cystitis” gaf.

De voornaamste kenmerken van interstitiële cystitis of chronisch blaaspijnsyndroom lijken op die van een blaasontsteking:

  • Gevoel van een volle blaas (ook direct na het plassen)
  • Vaak plassen (ook ’s nachts)
  • Pijn in de onderbuik die soms even beter is na het plassen
  • Soms bloed in de urine

In tegenstelling tot bij een blaasontsteking, is de oorzaak bij het blaaspijnsyndroom geen bacteriële infectie. Klachten zijn meestal ook voor een veel langere tijd aanwezig. De precieze oorzaak is niet gekend. In mijn geval zijn deze klachten reeds 14 jaar aanwezig. Er bestaat geen adequate behandeling voor deze aandoening. Wel zijn er symptoombestrijdende middelen. Sommige mensen met IC krijgen uiteindelijk een schrompelblaas. Een operatie dringt zich dan op.

De Nederlandse uroloog Taubert schrijft: ” Bij interstitiële cystitis (IC) is de wand van de blaas geïrriteerd waardoor deze pijnlijk oprekt en uiteindelijk ook de capaciteit van de blaas afneemt. Deze aandoening valt onder het chronisch bekkenpijnsyndroom. Als men al lang pijn heeft in het bekkengebied dan noemen we dit het chronisch bekkenpijnsyndroom. De belangrijkste verschijnselen zijn pijn in de onderbuik en de genitaliën, die typisch optreedt als de blaas gevuld wordt. De pijn kan zo hevig zijn dat iemand zelfs meerdere keren per uur het toilet bezoekt om de pijn te verminderen. “

De oorzaak van chronische blaaspijn is ongekend hoewel de meesten denken dat het om een auto-immuunziekte gaat. Chronische blaaspijn kan ook het gevolg zijn van overdruksyndroom met Tarlov-cystes. Bij mij werden via een MRI-scan verschillende Tarlov-cystes op het sacrum vastgesteld.

Ik kies er zelf al 14 jaar voor om geen invasieve behandelingen te ondergaan. De urologe in Brussel die ik bezocht, begreep deze keuze. Een behandeling bij IC heeft geen invloed op de progressie van de ziekte. Invasieve behandelingen zijn enkel tijdelijk symptoombestrijdend, en dan ook nog niet bij iedereen. Ik neem medicatie tegen de pijn. Zo lang ik nog periodes heb waarin de pijn min of meer draaglijk is en ik “maar” twee keer moet opstaan ’s nachts en “maar” om het uur of om de twee uur moet plassen (héél uitzonderlijk eens om de drie uur), blijf ik bij mijn keuze. Natuurlijk, op momenten dat de pijn compleet ondraaglijk is en ik om het halfuur of om het kwartier op het toilet zit en ik ’s nachts vaker op het toilet zit dan dat ik slaap, denk ik er vaak wel anders over. Dan ben ik soms moedeloos en wil ik het opgeven.

Zelfmoordgedachten komen drie tot vier keer vaker voor bij patiënten met interstitiële cystitis dan bij mensen uit een doorsnee populatie omdat het zo’n pijnlijke aandoening is waarvoor tot op heden geen adequate behandelingen bestaan.

Helaas blijft het voor mensen met deze aandoening, zoals ook bij mezelf het geval is, vaak niet bij enkel blaasproblemen. Uroloog Taubert schrijft:

“In het begin is de aandoening nog slechts gelokaliseerd in de blaas. Langzaam ontstaan andere problemen als bekkenbodemhypertonie, spastische darm, vaginale pijn, lage rugklachten en andere problemen in het onderlichaam. Uiteindelijk schrijdt het voort in de ontwikkeling tot hoofdpijn, fibromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom ontstaat. ” Ook syndroom van Sjögren komt heel vaak samen voor met interstitiële cystitis.


Naast de chronische blaasproblemen die ik heb, heb ik ook lactose-intolerantie, coeliakie (glutenintolerantie), spastische darm, migraine , overdruksyndroom (ten gevolge van Tarlov cystes), neuropathische pijn, xeroftalmie (extreem droge ogen), xerostomie (droge mond), rugpijn, carpaal tunnelsyndroom,… Daarnaast ben ik ook overgevoelig voor alcohol en caffeïne, wat ook zeer vaak voorkomt bij mensen met IC. Ik moet dus noodgedwongen een strikt dieet volgen, wat uiteraard soms heel frustrerend en beperkend is. Migraine-aanvallen duren soms twee dagen en gaan gepaard met hevig braken. Ondanks medicatie ben ik NOOIT pijnvrij. Bij het uitvoeren van huishoudelijke taken die belastend zijn voor mijn rug (zoals strijken, afwassen,…) moet ik om het kwartier of om het halfuur plat gaan liggen om de pijn in mijn rug te verminderen. Ook mijn concentratievermogen is aangetast door de pijn.

Om deze redenen kan ik maar een beperkt aantal uren per week werken.

Er zijn periodes waarin de pijn min of meer draaglijk is. Mits doseren, mediteren, uiting van mijn creativiteit (tekenen, zingen,..) , dansen als het kan, culturele uitstapjes als het kan, het opzoeken van de natuur (op plaatsen waar er voldoende toiletten zijn), eens naar een festival gaan als het kan,… is het op de meeste momenten leefbaar. Natuurlijk is mijn levenskwaliteit veel slechter dan die van gezonde mensen.

Je ziet het niet aan mij dat ik ziek ben. En ik laat mijn pijn ook zelden merken. Ik stop vaak veel energie in het wegmoffelen van de pijn. Omdat er in de loop van de jaren habituatie is opgetreden en ik de pijn min of meer “gewoon” ben geworden, kan ik dat. Ik kan fietsen met pijn, dansen met pijn zonder dat iemand anders het merkt. Natuurlijk kan dit enkel op momenten dat de pijn draaglijk is en niet op momenten dat de pijn ondraaglijk is. Ik wil niet de hele tijd zeuren over mijn pijn. Het ongeloof van sommigen neem ik er dan maar bij. Ik laat me daardoor niet weerhouden om op betere momenten te doen wat ik graag doe volgens mijn mogelijkheden.

Iedereen die met chronische pijn leeft, wens ik veel goede moed!

Omdat het vaak lang duurt vooraleer mensen met IC de juiste diagnose krijgen en een aantal zaken uit volgende getuigenis herkenbaar voor mij zijn, plaats ik ook deze link: https://www.girlscene.nl/artikel/4204-heftig-verhaal-leven-met-interstitiele-cystitis-ic

Bronnen:

Chronisch ziek: de mythes ontkracht.

Mensen die chronisch ziek zijn, krijgen helaas nog vaak met onbegrip te maken. Dit komt omdat bepaalde mythes in stand gehouden worden die veroordelend zijn.

Mythe 1: Iemand die een leuk uitstapje kan maken, is niet ziek en kan dus ook gaan werken.
Het grote probleem bij chronisch zieken is dat ze ofwel door chronische pijn of door vermoeidheid of een combinatie van beide veel minder stressbestendig zijn dan hun gezonde medemensen. Bovendien liggen hun grenzen veel lager op veel gebieden: zo zijn ze veel sneller uitgeput na een matige inspanning, hebben ze vaak moeite met concentratie, met naar een computerscherm kijken, met drukte,…
Zelf werk ik om al die redenen maar een beperkt aantal uren per week in mijn praktijk. En ja, op dagen dat de pijn draaglijk is, kan ik wel eens een leuk uitstapje maken. In het begin van mijn ziekteperiode durfde ik dit niet omdat ik me er ontzettend schuldig over voelde niet meer te kunnen werken en wel iets ontspannends (mét pijn weliswaar) te kunnen doen. Ondertussen heb ik geleerd me niet meer te bekommeren om oordelen van anderen en mezelf ook leuke dingen te gunnen. Dat is broodnodig om een goede levenskwaliteit te hebben ondanks ziekte. Het vraagt veel om tegen vooroordelen op te boksen en je er niet door te laten beperken.

Mythe 2: Gezondheid is maakbaar. Als je maar op je voeding let, voldoende beweegt en aan jezelf werkt, dan word je niet ziek.
Er is een tendens merkbaar in de maatschappij die zieken met de vinger wijst en ons wil doen geloven dat we onze gezondheid volledig zelf in de hand hebben, dat we er alles aan kunnen en moeten doen om te voorkomen dat we ziek worden. Toch is het een realiteit dat ook mensen die gezond leven, ziek kunnen worden. En sommige mensen die ongezond leven, worden nooit ziek. Ik ga niet ontkennen dat een gezonde levensstijl de kans op bepaalde ziektes kan verminderen, maar soms slaat het noodlot nu eenmaal toe. Laat ons ook niet vergeten dat de toename van fijn stof, de blootstelling aan straling,… ook allemaal factoren zijn die een chronische ziekte in de hand kunnen werken.
De mythe van de maakbaarheid van gezondheid zorgt voor veroordeling van zieken. Men ziet de ziekte als een gevolg van een ongezonde levensstijl en verkeerde keuzes. Dat is voor iemand die ziek is, heel pijnlijk. Ook hier spreek ik helaas uit ervaring. Het is zelfs zo dat ik lange tijd gezocht heb naar wat ik allemaal verkeerd had gedaan om zoveel pijn te moeten lijden. Het heeft me heel wat uren bij een therapeute (ja, ook psychologen hebben soms zelf nood aan therapie) gekost om opnieuw een positief zelfbeeld op te bouwen en te beseffen dat ik ook mét ziekte nog steeds veel waard ben en iets kan betekenen voor de maatschappij.

Mythe 3: Emotionele en geestelijke groei gaan hand in hand met een verbeterde gezondheidstoestand.
Vooral mensen die een chronische ziekte hebben waarvoor geen adequate behandeling bestaat of die geen sluitende diagnose krijgen, krijgen vaak te maken met dit vooroordeel. Ik heb zelf ook lange tijd gedacht dat ik wel zou genezen als ik een leven zou leiden dat echt bij me paste, als ik maar genoeg groeiprocessen doormaakte,… Ik weet ondertussen dat dit niet zo is. Zo heb ik zelf geleerd af en toe nee te zeggen, heb ik geleerd om gehoor te geven aan mijn eigen behoeften, deze op de eerste plaats te stellen en dan pas te zorgen voor anderen, heb ik geleerd mijn hart te volgen eerder dan te willen voldoen aan de verwachtingen van anderen, heb ik geleerd moed te tonen ondanks angst,… Deze lessen hebben gezorgd voor emotionele en geestelijke groei terwijl mijn gezondheidstoestand erop achteruit blijft gaan… (ik heb Tarlovcystes met overdruksyndroom, chronisch blaaspijnsyndroom, coeliakie, lactose-intolerantie, xeroftalmie,…). Geestelijke groei gaat bij heel veel mensen niet samen met een verbeterde gezondheidstoestand.

Mythe 4: Wanneer je chronisch ziek bent en je houdt je aan je dieet/ je gaat niet over je grenzen/… dan krijg je geen opstoten meer, heb je een stabiel niveau van functioneren.
Hoewel het uiteraard helpend is je voeding aan te passen, je grenzen te respecteren (die veel lager liggen dan bij gezonde mensen) en binnen jouw grenzen aan beweging te doen, de natuur regelmatig op te zoeken,… hoewel dit alles ervoor zorgt dat je een redelijke levenskwaliteit behoudt ondanks je ziekte, kan je er geen opstoot mee voorkomen. Opstoten en progressie van een chronische ziekte, zijn vaak onvoorspelbaar.
Deze mythe hangt samen met de mythe over de maakbaarheid van gezondheid. Ook de progressie van een ziekte heb je niet in de hand. In sommige periodes waarin de ziekte heftig toeslaat, kan een zieke best gewoon aanvaarden dat alles op nog een lager pitje staat en afwachten hoe het evolueert. Zorg en steun van anderen zijn in zo’n periodes onontbeerlijk.
Bij elke opstoot die ik vroeger kreeg, vroeg ik me af ‘ben ik over mijn grenzen gegaan? Heb ik iets gegeten waarvoor ik intolerant ben? Had ik meer yoga (een milde vorm waarbij ik rekening houd met mijn grenzen) moeten doen?’ Dit zorgde telkens bovenop de hevige pijn ook voor schuldgevoelens en schaamte. Nu aanvaard ik het wanneer ik een opstoot heb en probeer mezelf geen verwijten te maken maar mezelf troostend toe te spreken. Ik laat even alles liggen en neem voldoende rust voor ik weer naar een stabiel niveau van functioneren kan gaan binnen mijn lichamelijke grenzen.

Laat ons aub stoppen deze mythes in stand te houden en zieke mensen ter verantwoording te roepen. Laat ons hen begeleiden naar een leven met een goede levenskwaliteit waar bijvoorbeeld ook plaats is voor aangepast werk (op het juiste niveau) binnen de grenzen van het haalbare. Chronisch zieken willen, net als iedereen, een volwaardig lid zijn van de maatschappij en kunnen op hun manier een meerwaarde betekenen voor de samenleving (zij het vaak geen economische). Voor psychiater Elisabeth Kübler-Ross waren haar terminale patiënten en aidspatiënten haar grootste leermeesters. Als ze niet vanuit haar hart naar hen had geluisterd, dan had ze nooit de fasen van rouwverwerking kunnen beschrijven en zou ze zich niet met hart en ziel hebben ingezet voor meer menselijkheid in de psychiatrie en in ziekenhuizen.
Sommige chronisch zieken staan anders in het leven en kunnen ons leren te genieten van de kleine dingen, tevreden te zijn met weinig. Ze kunnen ons leren ons niet druk te maken over onbenulligheden. Ze kunnen ons leren dat het met minder ook kan en dat liefde en zorgen voor elkaar het hoogste goed is. Als je je maar voor hen openstelt, hen niet veroordeelt en soms gewoon aanwezig bent…

Boosheid en vergeving (deel 2)

Vergeving is vaak een proces van lange adem. Vaak hebben we wel de intentie om te vergeven, maar blijven we toch verbitterd.

Vergeven wil alvast niet zeggen dat je de pijn en de kwetsuur in jezelf ontkent of dat je het gedrag van de ander goedpraat.

Grenzen stellen aan het kwetsend gedrag van de ander, opkomen voor jezelf en indien nodig afstand nemen, is vaak een eerste en noodzakelijke stap om tot vergeving te kunnen komen (zie deel 1 van dit bericht). Eerst en vooral komt het er dus op neer dat je ervoor zorgt dat de persoon die je wil vergeven jou en/of anderen geen schade meer kan berokkenen!

Sommige mensen vragen zich af waarom ze iemand zouden vergeven. Hier zijn een aantal redenen:

  • Als je iemand vergeeft, zorg je ervoor dat het verleden je niet langer in zijn greep heeft. Zo zorg je ervoor dat wat je hebt meegemaakt jouw heden niet  langer bepaalt.
  • Als je iemand vergeeft, verliest die persoon de macht over jou. Zolang je verbitterd bent en wrok koestert, blijft de ander een grote invloed uitoefenen op jou en op jouw gedrag. Vergeven doe je dus in de eerste plaats voor jezelf.
  • Als je iemand vergeeft, geef je jezelf de kans om vanuit jouw hart te leven, vanuit liefde, eerder dan vanuit angst en kwaadheid.
  • Vergeving van een ander en van jezelf zorgt ervoor dat je in je kracht kan staan en dat je niet meer in slachtofferrol blijft zitten.

Een tweede stap naar vergeving is de intentie plaatsen om te vergeven. Meditatie kan helpen om die bereidheid in jezelf te cultiveren. Voornamelijk compassiemeditaties en hartmeditaties zijn hierbij een belangrijk hulpmiddel. Op die manier kan het zaadje van vergeving geplant worden…

Jan De Cock ging voor zijn boek ‘Hotel Pardon‘ langs bij mensen over de hele wereld die na een gruwelijke daad van een ander tot vergeving waren gekomen. De verhalen van deze mensen zijn stuk voor stuk inspirerend. De verhalen geven ook mooi weer dat verschillende mensen op andere manieren tot vergeving komen. Het gaat er dus om om jouw specifieke weg naar vergeving te bewandelen.

Hier even wat wijze uitspraken van mensen die door Jan De Cock werden geïnterviewd:

Echte vergeving is onvoorwaardelijk (dus niet afhankelijk van een verontschuldiging van de dader). Zolang je de dader jouw vergeving laat bepalen, blijf je eigenlijk zijn slachtoffer.
Er is geen recept voor vergeving. Soms is het de uitkomst van een lang proces, soms komt het met een vingerknip.
Als je de hoop laat varen dat je verleden beter wordt, sla je een weg naar bevrijding in.
Uiteindelijk gaat het niet om wat je meemaakt, maar om hoe je ermee omgaat. Vergeven is misschien wel het grootste geschenk dat ik mezelf gegund heb.

Als je net als ik de weg naar vergeving wilt bewandelen, wens ik je veel succes!

Boosheid en vergeving (deel 1)

Boosheid kan destructief zijn en breuken slaan die moeilijk te dichten zijn. Maar boosheid kan ook een constructieve kracht zijn die je helpt om op te komen voor jezelf en grenzen te stellen aan kwetsend of ongepast gedrag van anderen.

Wanneer is boosheid destructief? En hoe kan je dit ombuigen tot een constructieve kracht?

  • Boosheid is destructief als je vanuit kwaadheid een andere persoon volledig afkeurt en jij-boodschappen gebruikt (bv “jij bent een nietsnut” of “jij bent gestoord”).
    –> Hoe buig je dit om tot iets constructiefs?: keur enkel het kwetsende of ongepaste gedrag van de ander af en niet de hele persoon. Maak gebruik van een ik-boodschap om iets te zeggen over het gedrag van de ander.(bv “ik kan me niet concentreren als jij de televisie zo luid zet” eerder dan “jij houdt nooit rekening met mij”). Vermijd woorden als ‘altijd’ en ‘nooit’.
  • Boosheid is destructief als ze eerder op jezelf dan op de ander gericht is. (bv. als ik me maar anders had gedragen, dan had die persoon misschien niet zo kwetsend gedaan)
    –> Hoe buig je dit om tot een constructieve kracht? Erken dat wat de ander deed fout was (zelfs al maakte je ooit dezelfde fout of zelfs al heb je deze persoon zelf ooit gekwetst). Praat het ongepaste of kwetsende gedrag van de ander niet goed (ookal heeft die persoon misschien een moeilijke jeugd gehad). Helpend hierbij is om je eens voor te stellen wat je ervan zou vinden als de kwetsende persoon hetzelfde gedrag zou stellen naar iemand anders toe. Laat dat jouw leidraad zijn om het aan te durven op te komen voor jezelf.
  • Boosheid is destructief als je alles opkropt en steeds maar doet alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Het nadeel hiervan is dat de ander niet weet dat zijn of haar gedrag voor jou kwetsend is. Je geeft de ander geen kans om zich te verontschuldigen of ander gedrag te stellen.
    –> Hoe buig je dit om tot een constructieve kracht? Maak gebruik van een ik-boodschap om iets te zeggen over het gedrag van de ander.

Een belangrijke kanttekening hierbij:

Indien je regelmatig op een constructieve manier hebt duidelijk gemaakt aan iemand dat bepaald gedrag voor jou kwetsend is en deze persoon houdt er nog steeds geen rekening mee, trek daar dan jouw conclusies uit! Soms is het nodig om afstand te nemen (dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van mishandeling).

Hoe kan je op een mindfulle manier omgaan met boosheid?
Mediteren helpt je om boosheid te aanvaarden, ze toe te laten als deel van jouw ervaring. Dit doe je door de emotie te voelen in jouw lichaam en er ruimte aan te geven. Mediteren helpt je om het gevoel van boosheid niet te veroordelen, het bestaansrecht te geven, het te doorvoelen en nadien bewust te antwoorden op een situatie eerder dan impulsief vanuit boosheid te reageren. Mediteren helpt je om een constructieve actie te koppelen aan jouw boosheid en dus op te komen voor jezelf en grenzen te stellen.

Dit is een eerste en noodzakelijke stap om tot vergeving te kunnen komen.

Soms geeft jouw boosheid ook een duidelijke behoefte weer. De behoefte kan zijn: gewaardeerd worden, verbondenheid, authenticiteit, behoefte aan meer humor, liefde, gezien worden, gehoord worden, …

Wat is hooggevoeligheid of hoogsensitiviteit?

Hooggevoeligheid of hoogsensitiviteit is een persoonlijkheidskenmerk dat bij 15 tot 20 % van de bevolking voorkomt. Hooggevoeligen beschikken over een gevoeliger zenuwstelsel dan anderen en zijn zich daardoor bewust van subtiliteiten in hun omgeving, wat in veel situaties een voordeel is. Ze kunnen echter ook gemakkelijk overweldigd raken door een zeer stimulerende omgeving.
In 2002 introduceerde Elaine Aron, universitair docent psychologie en psychotherapeut, het begrip ‘hoogsensitiviteit’, een karaktereigenschap die voordien nog geen plaats had gekregen in de persoonlijkheidspsychologie. Hoogsensitiviteit is een neutrale eigenschap die heel wat positieve aspecten in zich draagt. Zo zijn hooggevoeligen die ontspannen zijn vaak erg goede luisteraars en hebben ze een sterk empathisch vermogen. Wanneer ze echter overprikkeld worden, hebben ze vaak de behoefte zich terug te trekken uit een situatie die hen overweldigt. Op zulke momenten moeten ze zich als het ware eerst opnieuw ‘opladen’ en zijn ze tijdelijk ‘buiten gebruik’.
Hooggevoeligheid uit zich op vier terreinen.
Ten eerste is er de lichamelijke gevoeligheid. Hooggevoeligen zijn gevoeliger voor pijn, voor medicatie, hebben soms moeite met etiketjes in hun kleding, kunnen bijvoorbeeld wollen kledij niet verdragen, merken subtiele geur- en smaakverschillen op, ontwikkelen sneller allergieën. Ze zijn vaak bijzonder gevoelig voor de effecten van caffeïne. Ze kunnen (zowel lichamelijk als emotioneel) diep geroerd raken door kunst of muziek.
Op emotioneel gebied voelen hoogsensitieve personen gemakkelijk de stemming van anderen aan en kunnen ze erdoor aangedaan zijn. Ze nemen de stemmingen van anderen soms automatisch over. Ze zijn gevoelig voor een sfeer die ergens hangt en merken spanningen en conflicten tussen personen gemakkelijk op. Dit zorgt ervoor dat ze zich heel goed kunnen inleven in anderen en dat ze de kwetsbaarheid van anderen aanvoelen en begrijpen. De keerzijde van dit sterk empathisch vermogen is dat hooggevoeligen vaak de neiging hebben de lasten van anderen te dragen en dat hun functioneren sterk negatief beïnvloed wordt door spanningen, conflicten en negativiteit in hun omgeving. Op emotioneel gebied zijn hooggevoelige personen ook zeer goed in staat tot zelfreflectie. Ze zoeken authentiek contact, diepe verbondenheid en bevestiging in hun omgeving.
Ten derde kunnen hoogsensitieve personen van streek raken door veranderingen in gewoontes of in hun omgeving. Ze hebben vaak wat meer tijd dan anderen nodig om zich aan te passen.
Tenslotte hebben hooggevoeligen vaak een groot rechtvaardigheidsgevoel en vinden ze zingeving erg belangrijk. Ze zijn vaak ook zeer plichtsgetrouw en voorzichtig en zijn gericht op een liefdevolle en vredige wereld. Ze hechten veel waarde aan de waarheid en eerlijkheid. Ze denken veel na en bekijken de dingen van alle kanten. Ze denken vaak na over het eigen denken (meta-denken).
Hoogsensitiviteit is dus zeker geen ziekte of stoornis! Het is een persoonlijkheidskenmerk.
Uiteraard komen de vermelde kenmerken niet bij alle hooggevoeligen of in dezelfde gradatie voor. Hooggevoeligheid bestaat dan ook in verschillende gradaties en intensiteiten.
Hooggevoeligen kunnen in de problemen komen wanneer zij voortdurend overprikkeld worden, bij niemand terecht kunnen met hun emoties, niet geleerd hebben op een goede manier met hun gevoeligheid om te gaan,… Ook onze maatschappij, die steeds meer gericht is op presteren en snelheid, is niet steeds aangepast aan de behoeften van hooggevoelige personen.
Wanneer hoogsensitieve personen echter gesteund worden in hun emotionele ontwikkeling en noden kunnen zij zich ontpoppen tot veelkleurige vlinders met een arsenaal aan creatieve ideeën. Dan kunnen ook anderen de vruchten plukken van hun hoge opmerkzaamheid en groot empathisch vermogen.

Uit het artikel ‘In de schijnwerper: hooggevoeligheid.’ dat ik als vrijwilliger en als hooggevoelig persoon bij HSP Vlaanderen schreef voor Trefpunt Zelfhulp.

Meer lezen?

  • Mijn kind is hooggevoelig. Ilse Van den Daele en Linda T’Kindt
  • Hoogsensitieve personen. Hoe blijf je overeind als de wereld je overweldigt? Elaine N. Aron
  • Gevoelige keuzes (blogbericht). Klik hier

De positieve kracht van kwaadheid

Toen ik de opleiding tot mindfulnesstrainer voor kinderen volgde, kwam tijdens één van de oefeningen het kwade kind in mezelf naar boven. Ik voelde hoe kwaad ik was omdat ik niet gezien werd zoals ik was, omdat er oordelen op mij geplakt werden die niet strookten met de werkelijkheid. Ook merkte ik op dat ik zelf mijn kwaadheid veroordeelde door gedachten als ‘je hebt het recht niet om kwaad te zijn’ en ‘bij anderen zou de kwaadheid al lang zijn overgewaaid’. Uiteindelijk slaagde ik erin te aanvaarden dat de kwaadheid er was én dat de oordelen er waren terwijl ik de keuze maakte om niet vanuit kwaadheid naar anderen toe te reageren.

Ik begroette het kwade kind en de oordelen in mezelf met liefde en was op die manier in staat de boodschap te horen die met de kwaadheid gepaard ging: een boodschap van opkomen voor mezelf en luisteren naar mijn behoeften en noden. Ik ontdekte dat mijn kwaadheid me het volgende vertelde: ‘ je hebt het recht om jouw ruimte in te nemen en in jouw kracht te staan. Je hoeft niet steeds aan de verwachtingen van anderen te voldoen. Het is ok om kwetsend gedrag van anderen te begrenzen en op te komen voor jezelf.’ Door mezelf niet te identificeren met mijn kwaadheid en te zeggen ‘er is boosheid in mij’ in plaats van ‘ik ben boos’ kon ik mijn kwaadheid met mededogen onderzoeken en te weten komen wat mijn onderliggende behoefte was.

Sommigen denken onterecht dat mindfulness gelijk staat aan alles passief ondergaan en zomaar alle omstandigheden aanvaarden. Dit is echter niet zo. Het is net bestaansrecht geven aan àlle gevoelens, zowel de aangename als de onaangename. Het is net te weten komen welke zaken jou kwaad, verdrietig, angstig of blij maken en op die manier bewustere keuzes maken die aansluiten bij wat je diep vanbinnen voelt.

Vroeger bleef ik soms lang in kwaadheid hangen en reageerde ik ook vaak vanuit kwaadheid naar anderen toe. Dat zorgde er enkel voor dat anderen ook kwaad werden op mij en dat ik me schuldig voelde. Ik ga niet beweren dat me dat nu nooit meer overkomt, maar doordat ik nu meestal met compassie naar mijn kwaadheid kijk, geef ik mezelf de kans om tegemoet te komen aan mijn behoeften. En soms kies ik ervoor om van daaruit te communiceren en bijvoorbeeld te zeggen ‘ik voel me gekwetst en boos om…’. Zonder de ander te beschuldigen, vertel ik iets over mijn eigen gevoel. Vaak krijg ik dan te horen dat het helemaal niet de bedoeling was om me te kwetsen en verdwijnt mijn kwaadheid als sneeuw voor de zon.

Het is vanuit kwaadheid om onrecht dat maatschappijveranderingen verwezenlijkt worden. Het is vanuit de kwaadheid om het niet gehoord of gezien worden dat mensen ervoor kiezen hun omstandigheden te wijzigen en op te komen voor zichzelf of anderen.

Ik ben dankbaar voor de inzichten die mijn kwaadheid me schenkt.

Waarom mediteren?

Dagelijks mediteren is een gewoonte die voor veel mensen, ook voor mezelf, heilzaam is. Dit heeft verschillende redenen:

1. Mediteren biedt je de mogelijkheid om vanuit de positie van toeschouwer jouw eigen gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties te aanschouwen en te aanvaarden zonder erin meegesleurd te worden.

2. Door te mediteren kan frustratie (omdat je de dingen anders wil dan ze nu zijn) omgezet worden in appreciatie. Je krijgt meer oog voor de kleine momentjes van geluk. Je leert bepaalde vanzelfsprekendheden opnieuw waarderen.

3. Mediteren zorgt voor een verschuiving van denken naar voelen. In plaats van een gevoel te gaan analyseren, erover na te denken en te piekeren, geef je er volledige ruimte aan en voel je het in je lichaam zonder oordeel.

4. Mediteren brengt je van ‘doen’ naar ‘zijn’, van automatische piloot naar beginnersgeest. Terwijl jouw gedachten in het drukke doen vaak naar het verleden en de toekomst gaan, brengt meditatie de geest in het hier en nu, ben je opmerkzaam voor wat hier en nu aanwezig is. Door aandacht te geven aan de geuren, kleuren, geluiden rondom jou zonder er een betekenis aan te geven, kom je in contact met de beginnersgeest en komt er ruimte voor verwondering.

5. Regelmatig mediteren zorgt ervoor dat je inzicht krijgt in bepaalde gewoontepatronen. Deze bewustwording geeft je de kans om bepaalde patronen te doorbreken.

6. Regelmatig mediteren helpt je om evenwichtiger te communiceren en om vaker jouw waarheid te spreken.

7. Als je regelmatig mediteert, krijg je de vaardigheid onder de knie om zowel positieve als negatieve emoties te aanvaarden, om zowel aangename als onaangename lichamelijke sensaties te omarmen en om zowel positieve als negatieve gedachten in jouw hart te sluiten.

8. Mediteren geeft je de kans om jouw dieper liggende behoeften te leren kennen en eraan tegemoet te komen.

9. Door te mediteren leer je jouw specifieke signalen van stress en sombere stemming sneller op te merken. Dit geeft je de mogelijkheid om sneller een heilzame actie te ondernemen.

10. Meditatie brengt je in contact met én de kracht in jezelf én de compassie in jezelf. Het combineert duidelijke grenzen stellen en opkomen voor jezelf met mededogen voor jezelf en anderen.

11. Regelmatig mediteren verhoogt jouw draagkracht en veerkracht.

Gevoelige keuzes

Gevoelige keuzes

Zullen we een huis kopen of huren? Welke school kiezen we voor ons kind? Kies ik in de supermarkt voor een gele, een oranje, een groene of een rode paprika? Welke kleren zal ik aantrekken vandaag? Wil ik deze job nog doen of zal ik opnieuw een opleiding gaan volgen? Kleine en grote keuzes kunnen ons dagelijks functioneren soms danig in de war sturen. Zeker voor hooggevoeligen is het maken van keuzes niet altijd een pretje. Toch zijn er manieren om op een gezonde manier beslissingen te nemen.

Meerkeuzemaatschappij en keuzestress

We leven in een meerkeuzemaatschappij. Het lijkt wel alsof we voortdurend moeten kiezen uit tal van mogelijkheden en opties. Het aantal te nemen beslissingen is dan ook sterk toegenomen. Het gevolg hiervan is dat veel mensen kampen met ‘keuzestress’. Wikipedia omschrijft keuzestress als een vorm van stress die veroorzaakt wordt doordat iemand overspoeld wordt met info die overwogen moet worden om een ‘goede’ keuze te kunnen maken. 

In het tijdschrift Libelle las ik onlangs het volgende. De Amerikaanse onderzoekster Sheena Iyengar ondernam een experiment met twee groepen kleuters. De ene groep gaf ze een berg speelgoed, de kinderen in de andere groep kregen elk één stukje speelgoed om mee te spelen. Ze ging ervan uit dat kinderen enthousiaster zijn als ze mogen kiezen. Maar de resultaten van het onderzoek weerlegden haar veronderstelling. De groep die veel speelgoed had, draaide besluiteloos rond, terwijl de andere kinderen wel meteen aan de slag gingen. Iyengar dacht dat ze een fout gemaakt had en deed een tweede test met meer speelgoed. En een derde, met nog meer speelgoed. De kinderen reageerden alleen maar slechter: hoe meer keuze, des te lustelozer ze door de klas liepen.

In een volgend experiment stelde ze bij de ingang van een delicatessezaak een tafeltje op met zes confituursoorten die klanten konden proeven. Wat later werd het assortiment uitgebreid naar 24 soorten. Al snel werd duidelijk dat klanten die veel keuze hadden, wel langer talmden in de gang waar de confituur stond maar nauwelijks iets kochten. De groep die een beperkte keuze had, deed dat wel. Dit experiment is ondertussen beroemd omdat het aantoonde dat mensen wel van keuzes houden, maar dat er grenzen zijn aan wat we aankunnen. Een overaanbod brengt ons niet alleen van de wijs, maar maakt ons zelfs minder gelukkig. Mensen zijn immers geneigd te piekeren over wat ze allemaal niet kiezen, waardoor ze uiteindelijk minder gelukkig zijn over de keuzes die ze wel hebben gemaakt.

Hooggevoeligen en keuzes maken

Wij hooggevoeligen zijn vaak perfectionistisch en hebben vaak een sterke controledrang. Het gevolg hiervan is dat we moeilijk keuzes kunnen maken. Hoe meer je van jezelf verlangt om altijd de juiste keuzes te maken, hoe meer je wilt controleren en in de hand hebben hoe je leven verloopt, hoe lastiger het wordt om een beslissing te nemen. Hooggevoeligen springen dan ook vaak niet lichtzinnig om met het maken van een bepaalde keuze.

We zullen wikken en wegen en hebben een enorme angst om de verkeerde keuze te maken. Dit kan ervoor zorgen dat we simpelweg niet kunnen kiezen en een beslissing soms uitstellen. Omdat we keuzes vaak als levensbepalend zien, kunnen we moeilijk loslaten eens we een bepaalde keuze gemaakt hebben. Bovendien kampen we vaak met spijt- en schuldgevoelens en gaan we onszelf vaak verwijten dat we de verkeerde keuze gemaakt hebben.

Maar moeite hebben met keuzes maken is niet per definitie slecht. Het kan zelfs heel goed zijn om lang te wikken en wegen vooraleer je een beslissing neemt. Op die manier neem je vaak een weloverwogen en doordachte beslissing. Je wordt ook behoed voor het nemen van impulsieve beslissingen die schadelijke gevolgen kunnen hebben.

Het is natuurlijk de kunst om niet te overdrijven met het wikken en wegen want dat kan wel eens verlammend werken. Geen nood, ook dan zijn er heel wat hulpmiddelen om tot een beslissing te komen.

Hieronder volgen een aantal tips voor al wie voor een moeilijke keuze staat:

  • Probeer om niet vanuit een bepaalde emotie een beslissing te nemen. Probeer de keuze te maken op een moment dat je ontspannen bent en niet gekweld wordt door angst, kwaadheid of verdriet. Wanneer een keuze overschaduwd wordt door een negatieve emotie, neem dan even afstand, zorg ervoor dat je er even niet meer mee bezig bent. Ga even iets anders doen, bijv. sporten, wandelen in de natuur, lezen, mediteren, je emotie van je afschrijven,… Je zal merken dat je daarna met een frisse blik kan terugkomen op de te maken keuze.
  • Als hooggevoelige is het heel belangrijk je agenda niet vol te plannen en voldoende rustmomenten in te bouwen. Pas dan kan je een keuze maken die aansluit bij wat je diep vanbinnen wil. Neem voldoende tijd voor het nemen van een belangrijke beslissing.
  • Probeer je uiteindelijke doel steeds voor ogen te houden.
  • Vraag raad aan mensen die je kan vertrouwen.
  • Maak een lijstje met voors en tegens.
  • Probeer om in gedachten de keuze te maken en stel je gedetailleerd voor hoe het zou zijn om die bepaalde keuze te maken. Luister heel eerlijk naar het gevoel dat je krijgt bij deze voorstelling. De keuze die voor jou het beste is, geeft je meestal een gevoel van innerlijke rust. De keuze die niet geschikt is, levert eerder een gevoel van spanning op.
  • Let ervoor op dat je een beslissing niet louter neemt om te voldoen aan de verwachtingen van anderen.

Omdat een genomen beslissing bij hooggevoeligen vaak nog lang blijft nazinderen (Heb ik nu wel de juiste keuze gemaakt? Had ik toch niet beter voor de andere optie gekozen?…), volgen hier enkele tips die je kunnen helpen met loslaten:

  • Mindfulness kan je helpen om te aanvaarden wat is. Het helpt je ook om in te zien dat je niet verantwoordelijk bent voor alles wat je overkomt, dat het leven bestaat uit goede en slechte tijden ongeacht de keuzes die je maakt. Het helpt je om te beseffen dat de perfecte optie niet bestaat.
  • Maak een lijstje met alle redenen waarom je een bepaalde beslissing genomen hebt. Dit lijstje kan je dan telkens opnieuw bekijken wanneer gevoelens van schuld of spijt met betrekking tot deze keuze de kop op steken.
  • Onthoud dat het hebben van succes of geluk niet volledig afhangt van de keuzes die je maakt!

Uit het artikel ‘Gevoelige keuzes’ dat ik enkele jaren geleden schreef voor de Nieuwsbrief van HSP Vlaanderen (de Vlaamse Vereniging voor hooggevoelige personen)

Chronisch ziek worden: een rouwproces

Aline Serverius. Klinisch psycholoog en mindfulnesstrainer.

Wanneer je chronisch ziek wordt, ga je door een rouwproces. Je rouwt om het verlies van je gezondheid die je altijd als vanzelfsprekend had beschouwd. Je rouwt om dat deel van jezelf dat verloren is gegaan. Je hebt het gevoel dat een deel van jezelf gestorven is en dat je afscheid moet nemen van je gezonde zelf.

Wie rouwt om het verlies van iets of iemand, zal meestal verschillende fasen doorlopen. Psychiater en stervensbegeleider Elisabeth Kübler – Ross onderscheidt volgende opeenvolgende rouwfasen: schok, ontkenning, verzet, onderhandelen, waarheid en aanvaarding.

De fase van de schok valt bij mensen die chronisch ziek zijn samen met het vernemen van de diagnose. Volgens mij gaat er echter nog een fase aan vooraf, namelijk de fase van bezorgdheid.

De stadia die ik hier schets, zijn slechts een model waarop uiteraard individuele variaties mogelijk zijn. Zo doorloopt niet iedereen alle fasen en verlopen de fasen niet bij iedereen in dezelfde volgorde. Het is dus een theoretisch model, maar ik denk dat velen zich er wel in zullen herkennen.

Fase één: bezorgdheid

Wanneer je voortdurend ergens pijn ervaart, ga je in eerste instantie naar de dokter in de hoop dat die je zal genezen. Wanneer je merkt dat de medicijnen die de dokter heeft voorgeschreven geen verlichting van de symptomen met zich meebrengen, begin je je zorgen te maken en bekruipt je de angst dat er iets heel ergs met je aan de hand is. De lange zoektocht naar erkenning en naar het verkrijgen van een diagnose kan beginnen.

Tips:

  • Ga naar een dokter die tijd neemt om naar jouw verhaal te luisteren en jouw klachten au sérieux neemt.
  • Praat met anderen over jouw bezorgdheid.
  • Laat je niet afwimpelen door een dokter die beweert dat het ‘in je hoofd’ zit.

Fase twee: schok en opluchting

Sommige mensen met chronische pijn krijgen een diagnose, andere niet. Voor sommige chronische ziektes bestaan adequate behandelingen, voor andere echter niet. Het rouwproces zal in elk van deze gevallen verschillend verlopen.

Wanneer er een diagnose wordt gesteld, is dit voor mensen met chronische lichamelijke klachten een donderslag bij heldere hemel. Te horen krijgen dat je nooit meer zal genezen is een enorme schok. Anderzijds biedt de diagnose toch ook opluchting omdat men nu eindelijk weet wat er aan de hand is. Ook de naaste omgeving van de persoon is nu op de hoogte van de ziekte en kan zich erover informeren.

Wanneer er een adequate behandeling bestaat voor de chronische ziekte die werd gediagnosticeerd, kan het in eerste instantie een opluchting zijn dat de oorzaak van de ziekte gekend is en dat men die kan aanpakken. Een behandeling kan echter voor bijwerkingen zorgen en ondanks het volgen van het behandelingsplan kunnen er toch ook complicaties optreden. Dat kan zorgen voor ontmoediging, ontkenning en verzet, voor het minder strikt opvolgen van het behandelingsplan enz. Op die manier kan men in een volgende fase van het rouwproces terecht komen.

Voor sommige chronische ziektes bestaat geen adequate behandeling (zelf behoor ik tot deze groep). Het is dan een grote schok te vernemen dat de behandeling een trial and error van verschillende soorten medicatie zal inhouden, dat de oorzaak van de ziekte niet gekend is, dat specialisten het onderling niet eens zijn over de behandelmethode en soms zelfs tegenstrijdig advies geven, dat de pijn niet (volledig) kan weggenomen worden… Dit kan mensen in één van de volgende fasen van het rouwproces brengen.

Sommige mensen met chronische pijn krijgen geen sluitende diagnose. Bij hen luidt de diagnose ‘chronische pijn’. Het is een schok te horen dat de behandeling enkel symptoombestrijdend maar niet genezend is, dat de pijn nooit meer volledig zal verdwijnen,… Het kan wel een opluchting zijn dat er erkenning komt voor de lichamelijke pijn. Soms helpt medicatie tijdelijk en dan weer niet meer. Het proces van rouw om het verlies van het gezonde zelf wordt verder gezet.

Tips:

  • Vraag aan iemand waarmee je een goede band hebt om je te vergezellen naar de dokter of het ziekenhuis wanneer de resultaten van onderzoek aan je meegedeeld zullen worden.
  • Heb je na het horen van de diagnose nog vragen, aarzel dan niet om ze aan de dokter, lotgenoten, … te stellen.
  • Heb je het gevoel dat er nog steeds geen erkenning is voor jouw klachten, ga dan eens langs bij een andere dokter.

Fase drie: ontkenning

Het gebeurt dat mensen op de vlucht gaan voor hun ziekte, dat ze zich er niet over willen informeren, niet in contact willen komen met lotgenoten en gewoon zo goed en zo kwaad als het kan willen doorgaan met hun vroegere leven. Soms negeren ze hun lichaam dat hen smeekt om het rustiger aan te gaan doen. Ze gaan door ondanks de pijn.

In deze fase speelt het gevoel van angst een heel grote rol. Angst om echt te voelen wat er zich in het lichaam afspeelt, om het leed onder ogen te zien, kan mensen ertoe brengen niets te willen weten over hun ziekte.

In periodes waarin chronisch zieken zich lichamelijk iets beter voelen, willen ze uiteraard een zo normaal mogelijk leven leiden en niet bezig zijn met hun ziekte. Het gevaar bestaat dan dat ze toch over hun eigen grenzen ga en hier de lichamelijke tol voor moet betalen met bijvoorbeeld een opstoot of extra pijn.

Een aangepast werkritme kan helpend zijn om mensen niet steeds opnieuw in deze fase terecht te laten komen. (Natuurlijk is een aangepast werkritme geen garantie dat er minder opstoten zullen zijn, maar wel een vereiste om een betere levenskwaliteit te kunnen hebben).

Tips:

  • Hou rekening met jouw grenzen en beperkingen. Probeer te aanvaarden dat jouw grenzen lager liggen dan die van anderen.
  • Lees inspirerende verhalen van lotgenoten die een hoopgevende boodschap hebben en jou tips kunnen geven of zoek contact met hen.

Fase vier: verzet

Wanneer het tot mensen begint door te dringen dat ze werkelijk een chronische aandoening hebben, kunnen ze heel kwaad worden. Ze zijn kwaad omwille van het vermeende onrecht dat hen wordt aangedaan. Ze kunnen ook kwaad zijn op andere mensen die wel gezond zijn. Deze kwaadheid heeft veel met onmacht te maken. Door de kwaadheid kunnen mensen met chronische pijn erg geïsoleerd raken en in een vicieuze cirkel van onbegrip terecht komen.

Het is dus zo dat men in deze fase datgene wat men verlangt namelijk steun, begrip, liefde niet krijgt omdat men kwaad is in plaats van dat men het onderliggende verdriet kan tonen. Dit kan heel vernietigend werken, zowel voor de persoon zelf als voor de relaties die de persoon heeft.

Tips:

  • Heb oog voor de steun die anderen willen bieden ookal doen ze dat niet op de manier die jij zou willen.
  • Maak aan anderen duidelijk hoe ze jou precies kunnen helpen. Maak dit zo concreet mogelijk. Vraag hulp, maar dwing geen hulp af.
  • Wees dankbaar voor de hulp die je krijgt en laat dit ook merken.

Fase vijf: onderhandelen

Wanneer de kwaadheid is overgewaaid, kan er een heel sterke innerlijke wil ontstaan om te gaan zoeken naar mogelijke oplossingen voor het ‘probleem’. Men probeert verschillende dokters uit, leest boeken over de ziekte of over genezing, probeert alternatieve geneeswijzen uit,… Men hoopt op volledige genezing.

De uitdaging in deze fase is de focus verleggen van het zoeken naar manieren om te genezen naar het zoeken van manieren om de pijn zo draaglijk mogelijk te maken.

Hier kan natuurlijk de vraag gesteld worden of het dan altijd zo onrealistisch is om te geloven dat de ziekte overwonnen kan worden. Ik denk persoonlijk dat het in sommige gevallen van chronische ziekte en pijn wel de moeite waard is om te blijven geloven dat er ooit een effectieve behandeling zal gevonden worden. De oorzaak van vele chronische ziekten is immers tot op heden vaak nog onbekend, maar door onderzoek en samenwerking tussen verschillende disciplines (niet alleen binnen de reguliere geneeskunde, maar ook tussen de reguliere en alternatieve geneeskunde) kan men misschien wel een adequate behandelingsmethode ontdekken voor sommige chronische ziektes die met pijn gepaard gaan.

Tips:

  • Ga op zoek naar professionelen (dit kan zowel binnen het reguliere als binnen het alternatieve circuit zijn) die jou kunnen helpen om jouw lichamelijk lijden te verzachten.
  • Ga na wat je zelf kan doen om de pijn te verzachten: jouw voedingspatroon aanpassen, bewegingsoefeningen doen, op tijd gaan slapen,…

Fase zes: waarheid

Men heeft gezocht naar oplossingen om te genezen en heeft deze niet gevonden. Men heeft misschien wel manieren gevonden om de pijn draaglijk te houden en heeft misschien een aangepast werkritme gevonden. De waarheid moet nu onder ogen gezien worden. De ziekte is er en zal niet zomaar verdwijnen. Deze vaststelling brengt gevoelens van wanhoop en depressie met zich mee. Gedachten als ‘Het heeft geen zin meer om verder te leven op deze manier’ en ‘Ik geef het op, het hoeft allemaal niet meer’ en ‘Ik ben nog liever dood dan voor de rest van mijn leven met deze pijn opgezadeld te zitten’ zijn in deze fase niet vreemd. Men ziet geen uitweg meer, voelt zich opgesloten in de situatie, stelt zich grote vragen bij de zin van het leven.

Ook onbegrip en ongeloof van de omgeving kunnen iemand in een hele diepe put duwen. De eigenwaarde kan hierdoor behoorlijk worden aangetast.

Tips:

  • Wat kan helpen om je niet te laten overmannen door wanhoop en uitzichtloosheid, is het beoefenen van mindfulness, het lezen van inspirerende verhalen en het praten met lotgenoten.
  • Wanneer de pijn draaglijker is, doe dan iets wat je leuk vindt.
  • Stel duidelijke grenzen naar kwetsend gedrag van anderen toe met betrekking tot jouw ziekte.
  • Blijf altijd beseffen dat je niet de enige bent met een chronische ziekte en pijn.
  • Zoek professionele hulp wanneer je er alleen niet uit geraakt.

Fase zeven: aanvaarding

Kan men pijn of ongemak dat nooit weggaat volledig aanvaarden? Is men in staat te leren leven met de beperkingen die door de pijn worden veroorzaakt? Het hangt ervan af wat je onder ‘aanvaarden’ verstaat.

Aanvaarding betekent niet enkel nog maar positieve gedachten en gevoelens hebben tegenover de ziekte en pijn en de vorige fasen volledig achter je laten. Aanvaarding betekent wel aanvaarden dat zowel positieve als negatieve emoties er zijn, dat er betere en slechtere periodes zijn,… Wanneer emoties zoals kwaadheid en verdriet er mogen zijn, zullen deze sneller verdwijnen dan wanneer men zich ertegen verzet en ze met man en macht tracht te vermijden.

Aanvaarden is ook de angst omarmen die ontstaat wanneer er weer nieuwe symptomen optreden en je weer terug in de fase van bezorgdheid terecht komt. Het is aanvaarden dat je af en toe terug in één van de vorige fasen uit het rouwproces terechtkomt.

Aanvaarden is kunnen genieten van de momenten waarop de pijn draaglijk is. Het is ook de identificatie met je ziekte loslaten, je eigenwaarde terugvinden en terug durven zijn wie je werkelijk bent, weliswaar met beperkingen.

Een favoriete boeddhistische spreuk van mij is

‘De zee van droefenis strekt zich uit tot in het oneindige. Maar keer u om, aan uw voeten ligt de veilige kust.’ (Deze spreuk vermeldt Lulu Wang in haar boek ‘Het lelietheater’).

M.a.w. Staar je niet blind op alles wat je niet meer kan, op alle beperkingen, maar probeer te kijken naar wat je wel nog kan en zoveel mogelijk te genieten van de mooie momenten die het leven te bieden heeft.

Tip:

  • Aanvaarding is niet hetzelfde als passief en gelaten je lot ondergaan! Opkomen voor jezelf, grenzen stellen, schuldgevoelens niet de bovenhand laten halen en hulp vragen indien nodig, dragen allemaal bij tot het proces van aanvaarding.
  • Ook om tot aanvaarding te komen van hoe de situatie nu is, kan mindfulness een grote hulp zijn.
  • Hoe mindfulness je kan helpen bij het omgaan met chronische pijn, kan je lezen in de beschrijving van de driedelige reeks ‘mindful omgaan met chronische pijn’ op deze website.

Veel sterkte!