Tagarchief: arbeidshandicap

De aanpak van langdurig zieken in België: mijn opmerkingen en aanbevelingen

In het nieuwe plan van de regering staat dat langdurig zieken die weigeren een vragenlijst in te vullen om terug aan het werk te gaan straks 2,5% van hun uitkering zullen kunnen verliezen. Dat geldt ook voor langdurig zieken die, zonder geldige reden, weigeren in te gaan op een gesprek met een terugkeercoach.

Zelf ben ik, door mijn chronische aandoeningen, ongewild zo’n langdurig zieke die in bijberoep als klinisch psycholoog en mindfulnesstrainer werkt. De reden waarom ik, ondanks chronische pijn, in staat ben om een beperkt aantal uren per week te werken, is dat deze regeling me de mogelijkheid geeft om te doseren, om af en toe plat te gaan liggen, om te recupereren (wat me veel meer moeite kost dan mijn gezonde medemens), om alles op mijn tempo te doen (dat ongeveer 10 keer lager ligt dan dat van gezonde mensen).

Wie gaat bepalen of een persoon die langdurig ziek is terug aan de slag kan? Dat zullen de huisartsen en de adviserend artsen van de ziekenfondsen zijn.

De adviserend arts is iemand die de persoon met een arbeidshandicap zesmaandelijks of jaarlijks één keer ziet en op basis van het medisch dossier beslist of deze persoon al dan niet uitkeringsgerechtigd kan blijven. Deze arts kent de patiënt dus totaal niet.

Mijn eigen ervaring, en ook die van sommige van mijn cliënten, is dat wij als zieken vanuit wantrouwen benaderd worden en in de verdediging worden gedwongen, met vragen als ‘is de impact van die ziekte wel echt zo erg als jij beweert?’ en opmerkingen die de klachten minimaliseren (zoals ‘iedereen heeft weleens een slechte nacht’ als antwoord op het feit dat ik elke nacht een paar keer wakker word van de pijn). Mensen die ziek zijn durven dikwijls niet te praten over de manier waarop zij door de adviserend arts behandeld worden uit schrik om hun rechten te verliezen. Ik ben er van overtuigd dat er ook absoluut adviserend artsen zullen zijn met het hart op de juiste plaats die mensen willen helpen. Helaas zijn de meeste verhalen die ik hoor over een ‘gesprek’ met de adviserend arts gelijkaardig aan het mijne.

Een eerste voorwaarde om langdurig zieken te motiveren om volgens hun kunnen terug aan de slag te gaan, is dus de impact van de ziekte op het functioneren erkennen en de persoon met de arbeidshandicap benaderen vanuit vertrouwen in plaats van vanuit wantrouwen. Door met sancties te dreigen, zowel aan de kant van de potentiële werknemer als aan de kant van de ziekenfondsen, zal de relatie tussen personen met een arbeidshandicap en adviserend artsen niet bevorderd worden, integendeel. Sancties zorgen er bovendien voor dat het stigma waar langdurig zieken nu reeds mee kampen, namelijk dat ze potentiële profiteurs zouden zijn, alleen maar bestendigd wordt. Pas als een persoon met een arbeidshandicap vanuit vertrouwen benaderd wordt, kan er samen gekeken worden naar wat eventueel nog mogelijk is en welke hulpmiddelen daarvoor nodig zijn.

In het nieuwe regeringsplan over de re-integratie van langdurig zieken is het positief en hoopgevend dat men wil kijken naar wat iemand wel nog kan in plaats van te focussen op wat iemand niet meer kan. Maar de persoon die het meest geplaatst is om daarover te oordelen, namelijk de zieke persoon zelf, wordt over het hoofd gezien en zoals gezegd, gewantrouwd.

De mensen die het zwaarst getroffen zullen worden door dit systeem van sanctioneren, zijn de mensen met ziektes die nog veel te vaak ten onrechte geminimaliseerd en gepsychologiseerd worden zoals CVS, overdruksyndroom, chronisch blaaspijnsyndroom, fybromyalgie, chronische pijn enz. maar ook mensen met chronische burn-out of chronische moeilijk te behandelen depressie zullen het misschien moeten ontgelden. Wat men al te vaak niet beseft, is dat deze mensen vaak al een heel parcours achter de rug hebben (proberen om toch voltijds te werken maar ondervinden dat het zieke lichaam niet mee wil, proberen om dan maar deeltijds te werken maar merken dat ook dit te belastend is, solliciteren voor een aangepaste job met minder uren maar telkens opnieuw het deksel op de neus krijgen enz enz). Mensen die langdurig ziek zijn, hebben vaak ook al heel wat verlieservaringen achter de rug. Ze verliezen soms hun partner, verliezen sommige vrienden, kunnen hun hobby’s niet meer uitoefenen, moeten soms hun kinderwens opgeven, moeten op financieel vlak met minder rondkomen, verliezen soms het vermogen om intiem te zijn zonder pijn, enz enz. Deze mensen voelen zich vaak schuldig omdat ze niet meer kunnen werken, schamen zich er vaak voor, krijgen vaak met heel veel onbegrip te maken (want ja, wie kan gaan shoppen, kan toch gaan werken ook zeker?; zo simpel is het echter niet want dat iemand met chronische pijn ’s avonds letterlijk niet meer uit de zetel kan na het shoppen en dat huishoudelijke taken zich soms opstapelen tot gigantische proporties tijdens periodes van ondraaglijke pijn, wordt bijvoorbeeld door heel wat mensen niet gezien)

Een tweede voorwaarde om langdurig zieken te motiveren om volgens hun kunnen terug aan de slag te gaan, is dat men tegemoet moet zien te komen aan de noden die een persoon met een handicap heeft en dat men een antwoord moet zien te vinden op de drempels die een zieke persoon ervaart om terug aan de slag te kunnen. Die noden hebben dikwijls te maken met (intensieve) hulp in het huishouden, hulp bij verplaatsing, de mogelijkheid hebben om af en toe plat te gaan liggen, een beperking van hoeveelheid prikkels enz. In plaats van te sanctioneren, zou het beter zijn om werkgevers meer te sensibiliseren over het feit dat ze incentives kunnen krijgen indien zij aanpassingen doen voor een persoon met een arbeidshandicap en zou er op maatschappelijk niveau iets gedaan moeten worden aan discriminatie van personen met een chronische ziekte op de arbeidsmarkt (Na een sollicitatiegesprek in de sociale sector toen mijn lichaam er nog beter aan toe was dan nu, waarin ik verteld had dat ik specifiek een halftijdse job zocht omdat voltijds werken door de chronische pijn niet haalbaar voor me was, kreeg ik onder andere eens te horen: ‘Je bent niet verplicht om te zeggen dat je chronisch ziek bent op een sollicitatiegesprek. We zouden je toch aanraden om dat in het vervolg dan ook niet meer mee te delen. Je had de job misschien gehad als je het niet verteld had’).

Voor alle duidelijkheid, ik denk dat de mogelijkheid om te kunnen werken volgens eigen mogelijkheden – hetzij betaald werk, hetzij vrijwilligerswerk wat dikwijls haalbaarder is omdat dat bijvoorbeeld twee halve dagen per week kan-  voor mensen met een chronische ziekte een hefboom kan zijn om los te breken uit het sociaal isolement waarin ze vaak verkeren, maar dan wel onder bovengenoemde voorwaarden.

Tot slot is het ook belangrijk te beseffen dat sommige chronisch zieken voor wie een douche nemen soms al een immense opgave is, gewoon niet meer kúnnen werken. Het is belangrijk dat we als maatschappij ook deze mensen als waardevol blijven beschouwen, ook al vormen ze geen economische meerwaarde. Mensen zijn immers waardevol gewoon om wie ze zijn en niet om wat ze doen of presteren. Laten we met z’n allen díe broodnodige mindshift maken opdat chronisch zieken zich een volwaardig lid van de maatschappij zouden kunnen voelen.